Antwoord op

Verplichtingen

Vanaf het moment dat u een bijstandsuitkering of inkomensvoorziening ouderen aanvraagt, heeft u plichten. 

Hierna worden uw plichten beschreven en de mogelijke gevolgen als u ze niet nakomt:

Vraagt u bijstand aan? Dan hebben de gemeente en/of het UWV informatie van u nodig. Daarmee bepaalt zij of u recht heeft op bijstand. En op hoeveel. Daarom moet u de gemeente alles laten weten wat daarvoor belangrijk kan zijn. Ook als u de uitkering al krijgt. Dat is de inlichtingenplicht.

Uw privacy

Bij informatie die belangrijk is voor uw uitkering heeft u geen zwijgrecht of recht op privacy. Maar de inlichtingenplicht heeft wel invloed op uw privéleven. En daar moet de gemeente rekening mee houden.

Wat moet u bijvoorbeeld laten weten?
  • U gaat verhuizen
  • U gaat samenwonen
  • U gaat scheiden
  • U heeft inkomsten naast uw uitkering, bijvoorbeeld uit (tijdelijk) werk
  • U krijgt een erfenis
  • U krijgt een kind
  • U gaat op vakantie
  • U gaat vrijwilligerswerk doen
  • U gaat een cursus of een opleiding volgen
  • U heeft een taakstraf of een andere straf

Voor de laatste vier veranderingen moet u misschien zelfs toestemming vragen. De gemeente bekijkt dan eerst of u nog wel aan uw arbeidsplicht kunt voldoen. Of u toestemming moet vragen, hoort u als u zo’n verandering laat weten bij de gemeente. De toestemming krijgt u daarna in een brief

Hoe en wanneer laat u veranderingen weten?

U kunt bij uw gemeente vragen hoe dat in uw woonplaats gaat. Meestal moet u elke maand een vragenformulier invullen. Bijvoorbeeld een Rofje (rechtmatigheids-onderzoeks-formuliertje) of een inkomstenverklaring. Soms bepaalt de gemeente dat u dit niet hoeft.

De gemeente bepaalt wanneer en hoe u de inlichtingen moet verstrekken:

Regels van Gemeente Kerkrade

Bij wijzigingen: wijzigingsformulier inleveren 

U bent verplicht om bij iedere wijzging in uw woon-, leef- of inkomstensituatie een wijzigingsformulier in te leveren bij de gemeente. U moet de wijziging direct melden als deze zich heeft voorgedaan of duidelijk werd voor u.

Laatst bijgewerkt op 23-07-2013

Het kan ook zo zijn dat u vrijgesteld bent van het per maand verstrekken van inlichtingen aan de gemeente:

Regels van Gemeente Kerkrade

Als er iets in uw situatie wijzigt, moet u dit direct doorgeven aan de sector Maatschappelijke Zorg. Daarvoor moet u gebruik maken van het zogenaamde wijzigingsformulier.

Op dit formulier moet u wijzigingen in uw woon- en leefsituatie doorgeven. Voorbeelden wijzigingen: geboorte/ vertrek kind, verhuizing, detentie, verblijf elders in Nederland, samenwoning/verlating , wijziging rekeningnummer etc.

U kruist aan voor wie de wijziging geldt. U geeft de datum aan waarop de wijziging in moet gaan of in is gegaan. En u beschrijft kort wat er precies wijzigt of gewijzigd is.

Op dit formulier moet u ook aangeven dat u, uw partner of een inwonend kind van 18 jaar of ouder is gaan werken, dat er inkomsten veranderd zijn, dat u teruggave van de belastingdienst heeft gekregen, dat u alimentatie ontvangt of juist niet meer, etc.

U moet altijd bewijsstukken van de genoemde wijziging meesturen met het formulier!

Laatst bijgewerkt op 01-08-2012

Bewijs voor uw informatie bij de bijstandsaanvraag

De informatie die u de gemeente geeft, moet u ook bewijzen. Bijvoorbeeld met een bankafschrift, of de afwijzing van uw WW-aanvraag.

Vraagt u bijstand aan, en heeft u op dat moment nog niet alle bewijzen? Dan mag u ze later inleveren. Daarvoor krijgt u een bepaalde periode de tijd. Dat is de aanvultermijn.

Houdt u zich niet aan de inlichtingenplicht?

Geeft u de gemeente niet alle informatie? Of laat u veranderingen niet meteen weten?

  • Als u de uitkering alleen nog heeft aangevraagd, kan de gemeente uw aanvraag niet behandelen. Of uw aanvraag wordt afgewezen. En dan krijgt u geen uitkering.
  • Als u een uitkering heeft, kan de gemeente die opschorten. Dat betekent dat u tijdelijk geen uitkering krijgt. U kunt ook een boete krijgen. Heeft u te veel bijstand gekregen, doordat u zich niet aan de inlichtingenplicht hield? Dan moet u dat aan de gemeente terugbetalen.

Met een uitkering bent u verplicht mee te werken als de gemeente dat vraagt. Bijvoorbeeld met:

  • een heronderzoek. Dit is een onderzoek om te kijken of u nog steeds recht heeft op bijstand;
  • een onderzoek naar uw kansen om werk te vinden;
  • een re-integratietraject dat u helpt om snel (weer) werk te vinden;
  • een onderzoek bij een arts, als de gemeente medisch advies over u nodig heeft;
  • een huisbezoek bij u thuis;
  • een onderzoek om te kijken of u zich aan de inlichtingenplicht houdt;
  • een onderzoek, als de gemeente denkt dat er fraude is gepleegd;
  • een onderzoek als uw uitkering stopt: het beëindigingsonderzoek.

Werkt u niet mee? Dan kan de gemeente uw uitkering opschorten. Dat betekent dat u een tijdje geen uitkering krijgt. Of misschien verlaagt de gemeente uw uitkering. Waarschijnlijk gaat zij dan ook een heronderzoek doen.

Met een uitkering bent u verplicht om betaald werk aan te nemen, als u dat kunt krijgen. Dat is de arbeidsplicht.

Kunt u betaald werk krijgen? Maar past dat niet bij uw opleiding en ervaring? Of bij uw wensen? Dan moet u dat werk toch aannemen. Dat geldt ook voor werk met meer of minder uren dan u eerst werkte of met een lagere beloning. Of als het bijvoorbeeld tijdelijk werk of een uitzendbaan is.

Alleen werk dat in onze samenleving niet algemeen geaccepteerd wordt mag u weigeren. Bijvoorbeeld een baan in de prostitutie.

Voor wie geldt de arbeidsplicht?

Bent u 18 jaar of ouder en nog niet met pensioen? Dan geldt de arbeidsplicht voor u vanaf het moment dat u een bijstandsuitkering aanvraagt. Soms beslist de gemeente dat de arbeidsplicht voor u niet geldt.

Als u jonger bent dan 27 jaar, bent u allereerst verplicht om een opleiding te zoeken. 

Verplichtingen bij de arbeidsplicht

  1. U schrijft zich in bij het UWV. Dat kan via de website.

  2. U moet alles doen (of juist niet doen) wat u kunt om betaald werk te vinden. En te houden.

  3. Bent u jonger dan 27? Dan moet u meewerken aan het maken, uitvoeren en nabespreken van een plan van aanpak. In het plan van aanpak staat bijvoorbeeld:
    • wat u met uw consulent bij de gemeente afspreekt om snel werk te vinden;
    • uw re-integratietraject, of andere hulp vanuit de gemeente om snel werk te vinden;
    • wat er gebeurt, als u zich niet aan het plan van aanpak houdt.

  4. Soms bepaalt de gemeente dat u een tijdje onbetaald, nuttig werk voor de samenleving moet doen. Daarmee doet u iets terug voor uw uitkering. Dit is de tegenprestatie.

Soms krijgt u extra verplichtingen van de gemeente

De gemeente geeft u soms nog extra verplichtingen om te zorgen dat u bijvoorbeeld:

    • meer kans krijgt om werk te vinden;
    • minder of geen bijstand meer nodig heeft;
    • zo snel mogelijk het doel bereikt, waarvoor u uw uitkering krijgt.

U hoeft (tijdelijk) geen werk aan te nemen

Heeft de gemeente u (gedeeltelijk) vrijstelling van de arbeidsplicht gegeven? Dan hoeft u geen werk aan te nemen. Of maar voor een deel van de werkweek.

Meestal is dat tijdelijk. En heeft u wél de re-integratieplicht. U moet namelijk zorgen dat u ná uw vrijstelling meer kans heeft op werk.

Houdt u zich niet aan de afspraken die u hierover met de gemeente heeft gemaakt? Dan verlaagt de gemeente misschien tijdelijk uw uitkering. En de gemeente kan uw vrijstelling intrekken. Dat betekent dat u dan toch naar werk moet zoeken.

De gemeente heeft hierover onderstaande bepaald:

Regels van Gemeente Kerkrade

 Verlaging bijstand wegens onnodig beroep op bijstand

De verlaging wegens het onnodig een beroep doen op bijstandsverlening is afhankelijk van het nadeel dat de gemeente hieraan heeft.

 Verlaging bijstand wegens geen correct gedrag bij de gemeente

Uit artikel 10 en 11 van de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Kerkrade 2015 volgt:

Duur verlaging bij schending geüniformeerde arbeidsverplichting

Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100 procent van de bijstandsnorm gedurende:

  1. 1 maand, bij een eerste gedraging;
  2. 2 maanden bij recidive.

Verrekenen verlaging

De verlaging wordt toegepast over de maand van oplegging van de maatregel. Als bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen kan deze
periode worden verlengd met twee maanden.

Toelichting bijzondere omstandigheden

Er is voor gekozen gebruik te maken van de mogelijkheid tot het verrekenen van het bedrag van de verlagingbij een eerste schending van een geüniformeerde arbeidsverplichting (of een herhaalde schending buiten de recidivetermijn) als bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Hierbij kan worden gedacht aan:

  • vergroting schuldenproblematiek;
  • (dreigende) huisuitzetting;
  • afsluiting van gas en electriciteit.

Onderstaande is gebaseerd op de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Kerkrade 2015. Achtereenvolgens komen de volgende onderwerpen aan bod:

  1. Verlagingen
  2. Algemene Bepalingen
    1. het besluit
    2. afstemming op ernst en omstandigheden
    3. horen van belanghebbende
    4. samenloop van gedragingen
      • meerdere gedragingen schenden een verplichting
      • een gedraging schendt meerdere verplichtingen
      • gelijktijdige gedragingen schenden zowel geüniformeerde als niet-geüniformeerde verplichtingen
    5. recidive
    6. hardheidsclausule

1. Verlagingen

Gedragingen van belanghebbende in het kader van re-integratie, waardoor een verplichting op grond van artikel 9, artikel 9a, artikel 18 lid 4, artikel 44a en/of artikel 55 van de Pw niet of onvoldoende is nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën.

 Verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling

Eerste categorie

  • Het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie.

10% van de bijstandsnorm gedurende een maand

Tweede categorie

  • het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet;
  • het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, of 55 van de Participatiewet, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet;
  • het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet;
  • het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet;
  • het niet of onvoldoende nakomen van een door het college opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet.

20% van de bijstandsnorm gedurende een maand.

Derde categorie

  • het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet.

40% van de bijstandsnorm gedurende een maand.

Overige gedragingen

Verlies van een passende en toereikende voorliggende voorziening door toepassing van bestuurlijke boete

  • Er kan geen beroep meer worden gedaan op een passende en toereikende voorliggende voorziening omdat deze volledig wordt verrekend met een bestuurlijke boete in het kader van het bij herhaling schenden van de inlichtingenplicht.
  • 100% van de bijstandsnorm gedurende de eerste drie maanden, gerekend vanaf de start van de volledige verrekening.

Tekortschietend besef van verantoordelijkheid

  • Een verlaging wegens tekortschietend besef wordt afgestemd op het benadelingsbedrag.
  •  20% van de toepasselijke bijstandsnorm, gedurende ten hoogste 36 maanden.

 Zeer ernstige gedragingen

  • Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover personen en instanties die belast zijn met de uitvoering van de Participatiewet als bedoeld in artikel 9, zesde lid, van die wet.
  •  100% gedurende een maandn
extra verplichtingen
  • Het niet of onvoldoende nakomen van een door het college opgelegde college opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55 Participatiewet
  • 40% van de bijstandsnorm gedurende een maand

 Algemene bepalingen

a. Het besluit

In het besluit tot het opleggen van een verlaging van de uitkering worden in ieder geval vermeld:

  1. de reden van de verlaging;
  2. de duur van de verlaging;
  3. het bedrag of percentage waarmee de uitkering wordt verlaagd, en
  4. als dit van toepassing is, de reden om af te wijken van de standaardverlaging en de wijze waarop het verzuim kan worden hersteld.

(artikel 2 lid 1)

2b Afstemming op ernst en omstandigheden

Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging wordt verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert.

(artikel 2 lid 2)

2c Horen van belanghebbende

1Voordat een maatregel wordt opgelegd wordt een belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. Het horen van een belanghebbende kan achterwege blijven als:

  1. de vereiste spoed zich daartegen verzet;
  2. belanghebbende al eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;
  3. het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid, of
  4. belanghebbende aangeeft hiervan geen gebruik te willen maken.

(artikel 3)

2d Samenloop van gedragingen

Als sprake is van één gedraging die schending oplevert van meerdere in deze verordening of artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet genoemde verplichtingen, wordt één verlaging opgelegd. Voor het bepalen van de hoogte en duur van de verlaging wordt uitgegaan van de gedraging waarop de hoogste verlaging is gesteld.

Meerdere gedragingen schenden een verplichting
Als sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van één of meerdere in deze verordening of artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet genoemde verplichtingen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende niet verantwoord is.

Een gedraging schendt meerdere verplichtingen
Als sprake is van één gedraging die schending oplevert van zowel een in deze verordening of artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet genoemde verplichting als een in artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet genoemde verplichting, wordt geen verlaging opgelegd, voor zover voor die schending een bestuurlijke boete wordt opgelegd.

Gelijktijdige gedragingen schenden zowel geüniformeerde als niet-geüniformeerde verplichtingen
Als sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van zowel een in deze verordening of artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet genoemde verplichting als een in artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet genoemde verplichting, waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende niet verantwoord is.

(Artikel 15)

2e Recidive

Verdubbelen van de duur
Als een belanghebbende zich binnen 24 maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een van de volgende gedragingen opnieuw schuldig maakt aan
eenzelfde verwijtbare gedraging, wordt telkens de duur van de oorspronkelijke verlaging verdubbeld. Het betreft de volgende gedragingen:

  • gedragingen uit de tweede of derde categorie;
  • zeer enstige misdragingen.

Verdubbelen van de hoogte
Als een belanghebbende zich binnen 24 maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een van de volgende gedraging opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging, wordt telkens de hoogte van de oorspronkelijke verlaging verdubbeld Het betreft de volgende gedragingen:

  • gedragingen uit de eerste categorie;
  • verlies van een voorliggende voorziening.

(artikel 16 lid 1 en 2)

2f Hardheidsclausule

Het college kan, indien de toepassing van bepalingen in deze verordening in de individuele situatie tot onbillijkheden van overwegende aard leidt, voor zover het de bevoegdheid betreft die voortvloeit uit deze verordening, afwijken van de verordening. 

Laatst bijgewerkt op 13-06-2016

Houdt u zich niet aan uw arbeidsplicht?

Dan verlaagt de gemeente misschien tijdelijk uw uitkering.

De re-integratieplicht is de plicht om alles te doen (of juist niet te doen) om zo snel mogelijk (weer) betaald werk te krijgen. Oftewel, u moet zo snel mogelijk re-integreren.

Vraagt u een bijstandsuitkering aan, of heeft u een uitkering? En heeft u nog niet de AOW-leeftijd? Dan maakt de gemeente waarschijnlijk samen met u een plan om (weer) snel aan werk te komen. Dat plan heet het re-integratietraject.

Uw re-integratietraject
Met de gemeente maakt u afspraken voor uw re-integratietraject. Bijvoorbeeld over:

  • Gesprekken bij een re-integratiebureau;
  • Een onderzoek naar uw mogelijkheden om werk te vinden. Bijvoorbeeld een beroepskeuzetest, of een psychologisch onderzoek. Of een medische keuring.
  • Uw meewerken als de gemeente u een voorziening aanbiedt om sneller aan werk te komen.
  • Wat er gebeurt als u zich niet aan de afspraken houdt.

Voorzieningen van de gemeente om sneller aan werk te komen
Is het lastig voor u om werk te vinden? Dan biedt de gemeente u soms een voorziening aan om u daarbij te helpen, zoals:

Andere voorzieningen van de gemeente
Bijvoorbeeld:

  • sociale activering, voor als u eigenlijk wel (weer) zou willen werken, maar nog niet helemaal klaar bent voor een betaalde baan;
  • dagbesteding;
  • revalidatie;
  • het voorkomen van eenzaamheid.

Houdt u zich niet aan uw verplichtingen?
Werkt u niet goed mee aan uw re-integratie? Of houdt u zich niet aan uw afspraken? Dan krijgt u misschien een waarschuwing van de gemeente. Of zij verlaagt tijdelijk uw uitkering

De gemeente heeft het volgende bepaald:

Regels van Gemeente Kerkrade

  1. Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die zijn verbonden aan de inkomensvoorziening waar een belanghebbende aanspraak op maakt, nadere verplichtingen verbinden aan het besluit tot het aanbieden van een voorziening.

    Indien een belanghebbende die gebruik maakt van een door het college aangeboden voorziening niet of in onvoldoende mate voldoet aan de aan de voorziening verbonden verplichtingen, kan het college de uitkering verlagen overeenkomstig hetgeen hierover is bepaald in de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Kerkrade
    2015
    .

    (artikel 2 lid 7 en 8 van de Participatieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Kerkrade 2015)

    Beëindigen van de voorziening

    Het college kan een voorziening beëindigen als:

    1. de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt;
    2. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening;

Laatst bijgewerkt op 13-06-2016

Vraag u een uitkering aan? Dan bent u vanaf dat moment verplicht om te zorgen dat uw Nederlands voldoende is. Of dat u Nederlands leert. Dat staat in de wet Taaleis. U moet namelijk voldoende Nederlands kunnen spreken om werk te kunnen vinden.

Hoe bewijst u dat uw Nederlands voldoende is?

  • u kunt laten zien dat u acht jaar Nederlandstalig onderwijs heeft gehad;
  • u slaagt voor de taaltoets. Kunt u niet op een andere manier laten zien dat uw Nederlands voldoende is? Dan moet u de taaltoets doen. Van de gemeente hoort u hier meer over;
  • u heeft het diploma inburgering;
  • u kunt een ander document laten zien, waaruit blijkt dat uw Nederlands voldoende is. De gemeente bepaalt of dat voldoet.

Is uw Nederlands niet voldoende?
Dan moet u het leren. Vraag bij de gemeente hoe u dat het beste kunt doen. Binnen een maand na uw bijstandsaanvraag moet u ermee beginnen.

Leert u geen Nederlands, of doet u er niet genoeg moeite voor? Of wilt u de taaltoets niet doen? Dan verlaagt de gemeente misschien uw uitkering.

Kunt u geen Nederlands leren? Bijvoorbeeld omdat u analfabeet bent of om een medische reden. Bespreek dat dan bij de gemeente. Misschien hoeft u het dan niet te leren.

Regels van Gemeente Kerkrade

Met ingang van 1 juli 2016 moeten de mensen die op 31 december 2015 en daarvoor reeds een bijstandsuitkering hadden er rekening mee houden dat zij in de loop van de tijd een uitnodiging krijgen voor een gesprek met een bijstandsconsulent over het spreken en schrijven in de Nederlandse taal.

 Aan de hand van dit gesprek zal beoordeeld worden of de Nederlandse taal voldoende beheerst wordt.Vanaf 1 juli 2016 bent u bij een bijstandsuitkering verplicht om de Nederlandse taal voldoende te kunnen verstaan, spreken, lezen en schrijven. Voldoende betekent op het niveau van groep 8 van de basisschool.

 U moet daarom laten zien dat u de Nederlandse taal voldoende beheerst. Kunt u dit niet? Dan moet u een taaltoets doen. Iedereen die minstens acht jaar Nederlandstalig onderwijs heeft gehad voldoet in beginsel aan deze voorwaarde.

Hebt u geen acht Nederlandstalig onderwijs gehad, dan zult u door middel van het overleggen van documenten, zoals bijvoorbeeld diploma’s, CV’s of stukken die betrekking hebben op werkervaring in Nederland moeten aantonen dat u de Nederlandse taal voldoende beheerst. Kunt u dit niet aantonen dan zal u een taaltoets moeten doen waaruit blijkt dat de Nederlandse taal beheerst wordt of niet.

Mocht uit deze taaltoets blijken dat u onvoldoende Nederlands schrijft en spreekt, dan zullen wij afspraken met u maken om de Nederlandse taal te leren. U zult dan inspanningen moeten doen om dit te leren. Als u vervolgens in de loop van de tijd niet aan deze afspraken voldoet, dan zal bekeken worden of het niet nakomen van de afspraken gevolgen zal hebben voor uw uitkering.

Tot 1 juli hoeft u dus niets te doen. Na 1 juli zult u in de loop van de tijd mogelijk een uitnodiging ontvangen om samen te bekijken of en hoe wij afspraken met u zullen maken

Laatst bijgewerkt op 23-05-2016

De tegenprestatie is onbetaald nuttig werk voor de samenleving. Daarmee doet u iets terug voor uw uitkering. Vanaf het moment dat u een uitkering aanvraagt, kan de gemeente u vragen zo’n tegenprestatie te doen. U bent verplicht om daaraan mee te werken. Dat geldt als u 18 jaar of ouder en nog niet met pensioen bent. Bent u gehuwd? Dan geldt dit ook voor uw partner.

Hoe werkt een tegenprestatie?

  • Een tegenprestatie is tijdelijk.
  • Het werk kost u maar een (klein) deel van de werkweek.
  • Uw re-integratietraject gaat intussen gewoon door.
  • De tegenprestatie is géén onderdeel van uw re-integratietraject.
  • Kunt u betaald werk krijgen? Dan stopt of verandert uw tegenprestatie meteen, zodat u het betaalde werk kunt aannemen.
  • Uw tegenprestatie is niet gelijk aan het werk van een betaalde werknemer.

Waar houdt de gemeente rekening mee?
Bij uw tegenprestatie houdt de gemeente zoveel mogelijk rekening met

  • uw wensen;
  • uw persoonlijke situatie, zoals uw leeftijd, opleiding, werkervaring en uw talenten;
  • uw andere activiteiten in de samenleving, bijvoorbeeld uw vrijwilligerswerk.

Wanneer hoeft u geen tegenprestatie te doen?
Soms beslist de gemeente dat u geen tegenprestatie hoeft te doen. Dat kan bijvoorbeeld als u lange tijd voor iemand zorgt die ziek is, zonder dat u daarvoor wordt betaald, dus als u mantelzorger bent.

Houdt u aan uw verplichtingen
Als de gemeente een tegenprestatie van u vraagt, bent u verplicht daaraan mee te werken.

Doet u dat niet? Dan verlaagt de gemeente misschien uw uitkering.

De gemeente heeft het volgende bepaald: 

Regels van Gemeente Kerkrade

Doelgroep en doel

Doelgroep
Tot de doelgroep behoren alle belanghebbende van 18 jaar of ouder, die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt en die een uitkering ontvangen op grond van de wet.

Doel
Het verrichten van onbetaalde maatschappelijk nuttige werkzaamheden door mensen die een beroep doen op de solidariteit van de samenleving, vormt een tegenprestatie; hierdoor wordt tevens invulling gegeven aan hun maatschappelijke betrokkenheid.

Bevoegdheid College

Het college is bevoegd tot een plicht op te leggen aan belanghebbende, die behoort tot de doelgroep en niet is vrijgesteld of ontheven van de plicht tot het leveren van een tegenprestatie, tot het verrichten van een tegenprestatie.

Vrijstelling

Vrijgesteld van de plicht tot tegenprestatie is:

  1. de belanghebbende die naar vermogen vrijwilligerswerk verricht;
  2. de belanghebbende die deelneemt aan activiteiten in het kader van een re-integratietraject;
  3. de belanghebbende die zorgtaken verricht als mantelzorger;
  4. een alleenstaande ouder met één of meer kinderen jonger dan 5 jaar;
  5. de belanghebbende die een parttime baan naar vermogen heeft;
  6. de belanghebbende bij wie is vastgesteld dat deze duurzaam/tijdelijk en volledig arbeidsongeschikt is;

Het college bepaalt op welke wijze er aangetoond moet worden dat er sprake is van een vrijstellingsgrond. Hiervoor kan het college verzoeken om een keuringsrapport van een behandelend arts, zorginstelling of keuringsinstantie te overleggen.

Voorwaarden werkzaamheden

  1. De werkzaamheden betreffen onbeloonde maatschappelijke nuttige activiteiten.
  2. De gemeente verstrekt geen vergoeding voor de werkzaamheden. Eventueel verstrekt de organisatie waarvoor belanghebbende werkt een onkostenvergoeding.
  3. De werkzaamheden mogen geen belemmering vormen voor het accepteren van regulier werk.
  4. De werkzaamheden zijn beperkt in omvang en duur. Voor belanghebbende met een vrijstelling geldt deze beperking niet.
  5. De werkzaamheden moeten bij één en dezelfde organisatie naar vermogen worden verricht.
  6. De omvang is maximaal 16 uur per week
  7. De werkzaamheden mogen niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. De werkzaamheden moet tevens worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid.
  8. De werkzaamheden mogen het re-integratiebeleid niet doorkruisen. Zij mogen wel bijdragen aan de re-integratie van de belanghebbende.

Werkzaamheden zoeken

  1. Het college maakt aan de belanghebbende het voornemen kenbaar om een plicht tot tegenprestatie op te leggen.
  2. Gedurende drie maanden wordt de belanghebbende in staat gesteld om zelf op zoek te gaan naar werkzaamheden die hij kan verrichten. het college verstrekt hiertoe voldoende voorlichtingsmateriaal, Bovenstaande termijn kan op verzoek van belanghebbende maximaal twee keer met één maand worden verlengd.
  3. Belanghebbende stelt samen met de organisatie een overeenkomst op. Hierin wordt in ieder geval vastgelegd waaruit de werkzaamheden bestaan en voor hoeveel uur per week er gewerkt gaat worden. Het college kan hiervoor een voorbeeldovereenkomst verstrekken.
  4. De organisatie waar de tegenprstatie wordt verricht zorgt dat belanghebbende tijdens de werkzaamheden is verzekerd tegen risico's van arbeidsongeschikt- en aansprakelijkheid. De gemeente is op deze risico's niet aanspreekbaar.

Opleggen plicht tot tegenprestatie

  1. Het college beoordeelt of de overeengekomen werkzaamheden voldoen aan de voorwaarden van deze beleidsregel. Als dit het geval is wordt de overeengekomen tegenprestatie bij beschikking opgelegd. Als dat niet het geval is, wordt er in samenspraak met de belanghebbende een tegenprestatie opgesteld.
  2. Het college houdt rekening met de persoonlijke feiten en omstandigheden van belanghebbende voor zover dit betrekking heeft op het vermogen van belanghebbende om een tegenprestatie te verrichten.
  3. De tegenprestatieplicht wordt voor de duur van één jaar vastgesteld.
  4. Indien er sprake is van onvoldoende beschikbare activitetiten kan de plicht tot tegenprestatie (tijdelijk) worden opgeschort voor een periode van maximaal zes maanden.

Ontheffing

  1. Indien medische, psycho-sociale en/of psychische belemmeringen van belanghebbende zodanis ernstig zijn dat hij redelijkerwijzw niet in staat kan worden geacht een tegenprestatie te leveren, ontheft het college belanghebbende tijdelijk van zijn plicht tot tegenprestatie.
  2. De ontheffing duurt maximaal één jaar.
  3. Het college bepaalt wanneer er sprake is van bovengenoemde belemmeringen. In dat kader kan het college verzoeken om een keuringsrapport van een behandelend arts, zorginstelling of een keuringsinstantie te overleggen.

Maatregel

Bij het niet of onvoldoende nakomen van de plicht tot tegenprestatie kan een maatregel wodren opgelegd overeenkomstig de 'Afstemmingsverordening Kerkrade 2015'.

Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Laatst bijgewerkt op 13-06-2016

Vraagt u een bijstandsuitkering aan en bent u jonger dan 27 jaar? Dan bent u verplicht om te kijken of u een opleiding kunt volgen. Daarvoor krijgt u vier weken de tijd.

Heeft u geen partner of is uw partner ook jonger dan 27?
Dan moet u na uw aanvraag eerst vier weken naar een opleiding zoeken of naar werk. Na die vier weken kunt u de bijstand pas definitief aanvragen. Daarbij levert u de bewijzen van uw zoektocht in.

Heeft u een partner die 27 jaar of ouder is?
Dan kunt u samen de bijstand meteen definitief aanvragen. Na uw aanvraag bent u wel verplicht om eerst vier weken lang naar een opleiding te zoeken. Na die vier weken levert u de bewijzen van uw zoektocht in en dan gaat de gemeente verder met de behandeling van uw aanvraag.

Wat gebeurt er na uw zoektocht van vier weken?
In de tabel hieronder leest u wat u in die vier weken kunt vinden. En wat er dan met uw bijstandsaanvraag gebeurt.

Vindt u een opleiding?

Wat gebeurt er met de bijstand? 

U vindt een geschikte opleiding en u krijgt studiefinanciering, 

Als u aan alle voorwaarden voldoet, heeft u recht op een uitkering, totdat u met de opleiding kunt beginnen.

U vindt een geschikte (BBL-)opleiding. U krijgt daar géén studiefinanciering voor, maar u werkt ernaast en verdient geld.

Verdient u volgens de wet niet genoeg om van te leven? Dan heeft u recht op een aanvullende uitkering, als u aan alle voorwaarden voldoet.

U vindt een geschikte opleiding of cursus. U krijgt daar géén studiefinanciering voor en heeft ook geen andere inkomsten.

Dan beslist de gemeente of u naast deze opleiding recht heeft op een uitkering. Ook als u verder aan alle voorwaarden voldoet.

U vindt een geschikte opleiding, maar wilt de opleiding toch niet gaan doen.

U heeft geen recht op bijstand.

U vindt geen opleiding die u kunt gaan doen.

Dan moet u bewijzen dat u echt naar een opleiding heeft gezocht en er geen opleiding is die u kunt volgen. Van de gemeente hoort u welke bewijzen u daar precies voor nodig heeft. Dat kunnen uw diploma’s zijn of bijvoorbeeld een negatief studieadvies van een school.

Beslist de gemeente dat uw bewijzen voldoen? Dan heeft u recht op een uitkering, als u aan alle voorwaarden voldoet.


Levert u de informatie niet binnen die vier weken in?
Misschien verlaagt de gemeente dan uw uitkering als u die krijgt. U krijgt wel tijd om de informatie toch nog in te leveren. Dit is de aanvultermijn.

Levert u ze dan nog niet in? Dan kan de gemeente niet bepalen of u recht heeft op een uitkering en krijgt u geen uitkering.

Volgens de wet bent u zelf verantwoordelijk voor de kosten van uw eigen leven. Daarom moet u alles doen (of juist niet doen) om te zorgen dat u geen bijstand nodig heeft.

Heeft u bijstand nodig, terwijl u dat had kunnen voorkomen? Of had u ervoor kunnen zorgen, dat u het nu nog niet nodig had? Dan heeft u te weinig besef van verantwoordelijkheid.

U krijgt dan wel bijstand, als u aan alle voorwaarden voldoet, maar misschien verlaagt de gemeente uw uitkering of krijgt u een waarschuwing. Of u krijgt uw bijstand helemaal of gedeeltelijk te leen en dan moet u die dus terugbetalen.

Wanneer heeft u niet genoeg besef van verantwoordelijkheid?
Hieronder leest u een aantal voorbeelden van te weinig besef van verantwoordelijkheid.

  • Voordat u bijstand aanvroeg had u betaald werk. Maar u bent uw werk door uw eigen schuld kwijtgeraakt. U had dus moeten zorgen dat u uw werk hield.
  • U bent ontslagen, maar dat mocht waarschijnlijk niet van de wet. Toch bent u er niet bij de rechter tegenin gegaan. Als u dat wel had gedaan, had u nu misschien uw werk nog.

  • Voordat u bijstand aanvroeg had u genoeg eigen geld, maar u heeft het te snel opgemaakt of u heeft er iets mee betaald dat u niet echt nodig had. Anders had u nog een tijdje van uw eigen geld kunnen leven.
  • U had eigenlijk recht op een andere uitkering, maar door uw eigen schuld krijgt u die niet (meer). U had dus moeten zorgen dat u die andere uitkering (nog) wel kreeg.
  • U heeft iets waardevols verkocht voor een te lage prijs, bijvoorbeeld een huis of een auto. Of u heeft het zelfs weggegeven. U wist dat u snel daarna bijstand nodig zou hebben. U had dus een goede prijs moeten vragen, dan had u nog een tijdje van dat geld kunnen leven. Misschien vraagt de gemeente zelfs een deel van uw bijstand terug van de persoon aan wie u een goede prijs had moeten vragen.
  • U bent gescheiden en bij de verdeling van de boedel krijgt u te weinig. U had dus moeten zorgen dat de verdeling eerlijker gebeurde, dan had u nu minder of geen bijstand nodig.

  • U kreeg nog geld (bijvoorbeeld een ontslagvergoeding) en daarmee heeft u schulden afgelost die niet per se moesten worden afgelost. Van dat geld had u nog een tijdje kunnen leven.

U moet zich goed gedragen tegenover de medewerkers bij de gemeente zowel fysiek als met uw taalgebruik.

U mag dus niet:

  • schoppen, slaan, of met spullen gooien. Of hiermee dreigen;
  • schade veroorzaken. Bijvoorbeeld aan het gebouw of aan meubels;
  • schelden of bang maken van medewerkers bij de gemeente;
  • discrimineren.

Gedraagt u zich niet goed bij de gemeente?
Dan verlaagt de gemeente misschien uw uitkering. Als u iets vernielt moet u bovendien een schadevergoeding betalen. Bedreigt of mishandelt u iemand bij de gemeente of bij het UWV? Dan doen zij aangifte bij de politie.

De gemeente kan, als u dat wilt, uw belangrijkste kosten voor u betalen zoals de huur van uw woning en gas, water en elektriciteit.

De kosten die de gemeente voor u betaalt, trekt zij van uw uitkering af. U krijgt dan dus minder uitkering uitbetaald. Hiervoor heeft de gemeente uw toestemming nodig.

Vindt de gemeente dat u zelf verstandig met uw geld kunt omgaan? Dan krijgt u uw hele uitkering weer zelf en moet u zelf de kosten weer betalen.

Vraagt u een bijstandsuitkering aan? Dan bent u verplicht om met een geldig legitimatiebewijs te bewijzen wie u bent. Dat kan een paspoort of een identiteitskaart zijn. Uw rijbewijs is niet goed, omdat daar uw nationaliteit niet op staat.

Heeft u niet de Nederlandse nationaliteit?
Dan moet u ook een verblijfsvergunning laten zien.

Heeft u bij uw aanvraag geen geldig legitimatiebewijs bij u?
Dan krijgt u tijd om het alsnog te laten zien of om er een te kopen. Dat is de hersteltermijn. Kunt u in die termijn nog steeds geen legitimatiebewijs laten zien? Dan krijgt u waarschijnlijk geen uitkering.

Geld voor een legitimatiebewijs
Normaal gesproken krijgt u geen geld van de gemeente om een legitimatiebewijs te kopen.

Afhankelijk van uw persoonlijke situatie, kunt u ook nog andere verplichtingen van de gemeente krijgen:

  • als u medische klachten heeft, moet u misschien medische hulp zoeken;
  • bent u gescheiden? Of heeft u volgens de wet recht op kinderalimentatie? Dan moet u misschien alimentatie aanvragen bij de rechter;
  • had u misschien recht op een andere uitkering, maar is die afgewezen? Dan moet u tegen die afwijzing waarschijnlijk een bezwaarschrift indienen, want als u die uitkering toch krijgt, heeft u minder of geen bijstand nodig;
  • als u verslaafd bent, moet u misschien meewerken aan een afkicktraject.

Houdt u zich niet aan uw verplichtingen?
Dan verlaagt de gemeente misschien uw uitkering.

Komt u uw verplichtingen niet na? Dan beslist de gemeente óf zij uw uitkering verlaagt, met hoeveel en voor hoelang. Het officiële besluit hierover krijgt u in een brief.

De regels voor het verlagen van uw uitkering
De regels voor het verlagen van uitkeringen staan in de afstemmingsverordening. Die verordening maakt elke gemeente zelf. Er staat in wanneer de gemeente een uitkering verlaagt, met hoeveel en voor hoelang.

Informatie zoals hoe de gemeente de verlaging regelt kunt u hieronder zien:

Regels van Gemeente Kerkrade

 Verlaging bijstand wegens onnodig beroep op bijstand

De verlaging wegens het onnodig een beroep doen op bijstandsverlening is afhankelijk van het nadeel dat de gemeente hieraan heeft.

 Verlaging bijstand wegens geen correct gedrag bij de gemeente

Uit artikel 10 en 11 van de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Kerkrade 2015 volgt:

Duur verlaging bij schending geüniformeerde arbeidsverplichting

Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100 procent van de bijstandsnorm gedurende:

  1. 1 maand, bij een eerste gedraging;
  2. 2 maanden bij recidive.

Verrekenen verlaging

De verlaging wordt toegepast over de maand van oplegging van de maatregel. Als bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen kan deze
periode worden verlengd met twee maanden.

Toelichting bijzondere omstandigheden

Er is voor gekozen gebruik te maken van de mogelijkheid tot het verrekenen van het bedrag van de verlagingbij een eerste schending van een geüniformeerde arbeidsverplichting (of een herhaalde schending buiten de recidivetermijn) als bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Hierbij kan worden gedacht aan:

  • vergroting schuldenproblematiek;
  • (dreigende) huisuitzetting;
  • afsluiting van gas en electriciteit.

Onderstaande is gebaseerd op de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Kerkrade 2015. Achtereenvolgens komen de volgende onderwerpen aan bod:

  1. Verlagingen
  2. Algemene Bepalingen
    1. het besluit
    2. afstemming op ernst en omstandigheden
    3. horen van belanghebbende
    4. samenloop van gedragingen
      • meerdere gedragingen schenden een verplichting
      • een gedraging schendt meerdere verplichtingen
      • gelijktijdige gedragingen schenden zowel geüniformeerde als niet-geüniformeerde verplichtingen
    5. recidive
    6. hardheidsclausule

1. Verlagingen

Gedragingen van belanghebbende in het kader van re-integratie, waardoor een verplichting op grond van artikel 9, artikel 9a, artikel 18 lid 4, artikel 44a en/of artikel 55 van de Pw niet of onvoldoende is nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën.

 Verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling

Eerste categorie

  • Het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie.

10% van de bijstandsnorm gedurende een maand

Tweede categorie

  • het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet;
  • het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, of 55 van de Participatiewet, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet;
  • het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet;
  • het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet;
  • het niet of onvoldoende nakomen van een door het college opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet.

20% van de bijstandsnorm gedurende een maand.

Derde categorie

  • het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet.

40% van de bijstandsnorm gedurende een maand.

Overige gedragingen

Verlies van een passende en toereikende voorliggende voorziening door toepassing van bestuurlijke boete

  • Er kan geen beroep meer worden gedaan op een passende en toereikende voorliggende voorziening omdat deze volledig wordt verrekend met een bestuurlijke boete in het kader van het bij herhaling schenden van de inlichtingenplicht.
  • 100% van de bijstandsnorm gedurende de eerste drie maanden, gerekend vanaf de start van de volledige verrekening.

Tekortschietend besef van verantoordelijkheid

  • Een verlaging wegens tekortschietend besef wordt afgestemd op het benadelingsbedrag.
  •  20% van de toepasselijke bijstandsnorm, gedurende ten hoogste 36 maanden.

 Zeer ernstige gedragingen

  • Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover personen en instanties die belast zijn met de uitvoering van de Participatiewet als bedoeld in artikel 9, zesde lid, van die wet.
  •  100% gedurende een maandn
extra verplichtingen
  • Het niet of onvoldoende nakomen van een door het college opgelegde college opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55 Participatiewet
  • 40% van de bijstandsnorm gedurende een maand

 Algemene bepalingen

a. Het besluit

In het besluit tot het opleggen van een verlaging van de uitkering worden in ieder geval vermeld:

  1. de reden van de verlaging;
  2. de duur van de verlaging;
  3. het bedrag of percentage waarmee de uitkering wordt verlaagd, en
  4. als dit van toepassing is, de reden om af te wijken van de standaardverlaging en de wijze waarop het verzuim kan worden hersteld.

(artikel 2 lid 1)

2b Afstemming op ernst en omstandigheden

Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging wordt verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert.

(artikel 2 lid 2)

2c Horen van belanghebbende

1Voordat een maatregel wordt opgelegd wordt een belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. Het horen van een belanghebbende kan achterwege blijven als:

  1. de vereiste spoed zich daartegen verzet;
  2. belanghebbende al eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;
  3. het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid, of
  4. belanghebbende aangeeft hiervan geen gebruik te willen maken.

(artikel 3)

2d Samenloop van gedragingen

Als sprake is van één gedraging die schending oplevert van meerdere in deze verordening of artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet genoemde verplichtingen, wordt één verlaging opgelegd. Voor het bepalen van de hoogte en duur van de verlaging wordt uitgegaan van de gedraging waarop de hoogste verlaging is gesteld.

Meerdere gedragingen schenden een verplichting
Als sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van één of meerdere in deze verordening of artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet genoemde verplichtingen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende niet verantwoord is.

Een gedraging schendt meerdere verplichtingen
Als sprake is van één gedraging die schending oplevert van zowel een in deze verordening of artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet genoemde verplichting als een in artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet genoemde verplichting, wordt geen verlaging opgelegd, voor zover voor die schending een bestuurlijke boete wordt opgelegd.

Gelijktijdige gedragingen schenden zowel geüniformeerde als niet-geüniformeerde verplichtingen
Als sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van zowel een in deze verordening of artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet genoemde verplichting als een in artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet genoemde verplichting, waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende niet verantwoord is.

(Artikel 15)

2e Recidive

Verdubbelen van de duur
Als een belanghebbende zich binnen 24 maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een van de volgende gedragingen opnieuw schuldig maakt aan
eenzelfde verwijtbare gedraging, wordt telkens de duur van de oorspronkelijke verlaging verdubbeld. Het betreft de volgende gedragingen:

  • gedragingen uit de tweede of derde categorie;
  • zeer enstige misdragingen.

Verdubbelen van de hoogte
Als een belanghebbende zich binnen 24 maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een van de volgende gedraging opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging, wordt telkens de hoogte van de oorspronkelijke verlaging verdubbeld Het betreft de volgende gedragingen:

  • gedragingen uit de eerste categorie;
  • verlies van een voorliggende voorziening.

(artikel 16 lid 1 en 2)

2f Hardheidsclausule

Het college kan, indien de toepassing van bepalingen in deze verordening in de individuele situatie tot onbillijkheden van overwegende aard leidt, voor zover het de bevoegdheid betreft die voortvloeit uit deze verordening, afwijken van de verordening. 

Laatst bijgewerkt op 13-06-2016

Lees ook